Bakker

De geschiedenis van brood gaat terug tot ongeveer 30.000 jaar geleden. Brood zou zijn ontstaan toen voor het eerst graankorrels werden gekneusd met een steen en gemengd met water, zodat er een soort pap kon worden bereid. Deze pap werd gekookt, gedroogd in de zon of gebakken op stenen uit het vuur.

Toen de kwaliteit van het graan het toeliet kon pas op grotere schaal brood in Europa worden gebakken. In de 12e eeuw werd brood de basis van het volksvoedsel. Naast het luxe brood, het wittebrood of herenbrood van wit tarwebloem, waren er broodsoorten waarin ook rogge verwerkt was. Arme mensen aten doorgaans brood of koek dat helemaal geen tarwe bevatte maar rogge, haver, gierst of boekweit.

Tot in de 19e eeuw werd brood gemaakt met bierresten (waar gist in zat) of een ‘starter’ van meel en water. Zo’n meel-water mengsel liet men enige dagen rusten, zodat ‘wilde’ gisten zich konden nestelen in het mengsel. Deze starters werden goed verzorgd; een goede starter was namelijk van belang voor de smaak van het brood. Met deze manier van brood bakken wordt een deel van de starter of bierrest bij het deeg gevoegd, net zoals nu gist gebruikt wordt.


Demonstratie aanvraagformulier