Blokfluitbouwer

De blokfluit ? geliefd in de Barokperiode, denk aan Bach en Telemann ? werd in de Rococo-tijd door de dwarsfluit verdrongen.

Rond 1920 kwam het van oorsprong eenvoudige instrument in Engeland weer in de mode en in 1951 begon Coolsma ? als enige in Nederland ? solo-blokfluiten te bouwen.

De natuurkundige wetten op het gebied van het geluid laten weinig speling toe in de vorm van boring en toongaten. Het vakmanschap van de bouwer is er vooral op gericht om binnen het kader van die speling een blokfluit te maken, die door de solist met meesterschap kan worden bespeeld.

In 1963 verkreeg Frans Br?een Edison voor het vertolken van Handelsonates, met een fluit van deze bouwer.

Het materiaal bestaat in hoofdzaak uit geselecteerde, belegen en geklimatiseerde palissandersoorten en ivoor.

Van bewerkingen: het boren van de balkjes, het draaien van hout en ivoor, het maken van de luchtspleet en het snijden van het labium, het intoneren, en het inzetten van het blok, het vormen van de snavel, het boren van de toongaten en het stemmen bij 20? C., is de laatste het moeilijkst, omdat daarbij alle boringen in onderlinge samenhang uiterst zorgvuldig moeten worden nabewerkt.