Kantklossen

Een uiterst vrouwelijk handwerk, vroeger “toen kanten kragen in de mode waren” beoefend door de adel.

Motieven uit die tijd kunnen ten grondslag liggen aan huidige patronen, die “op een kussen vastgespeld” de basis vormen van ragfijne kant uit onze tijd.

Kant is een oud ambachtelijk product. Waar het is ontstaan, in Vlaanderen of Italië, weet men niet precies. Er was in die periode een nauwe culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Venetië. (Bijvoorbeeld: Schilders kwamen in Vlaanderen de olieverftechniek bestuderen en onze kunstenaars gingen naar Venetië om hun schilderijen te zien). Het is wel een feit dat er altijd meer kloskant werd geklost dan naaldkant omdat die goedkoper was.

Naaldkant is ontstaan uit open naaiwerk of punto tirato. Men versierde het boordje van de onderkleren dat uitstak boven de kleding. Daarvoor trok men draadjes uit de stof en men borduurde rond de ontstane opening, zowel horizontaal als verticaal. Op den duur trok men alsmaar meer draden uit om ingewikkelder versieringen te maken zodat er nog weinig stof overbleef. Tot iemand op het idee kwam om enkel met draden te werken. Men naaide de gespannen draden met een driegdraad vast op het patroon en men borduurde als voorheen. Men gebruikte dezelfde patronen. Dat is de reden waarom het zo moeilijk is om het ontstaan van naaldkant te bepalen. Op het afgewerkt product kon men niet zien hoe men was gestart met stof of met draden.

Het eerste modelboek is verschenen in 1528 van de Venetiaan Antonio Tiangliente. Hij noemt het punto in aria (steek in de ruimte). In heel Italië was dit de benaming. Deze eerste vorm van naaldkant had een rechtlijnig of geometrisch ornament. Algemeen werd deze soort Reticella genoemd. Met deze manier van werken was men niet meer verplicht om schering en inslag te volgen maar kon men vrijer werken en meer gebogen lijnen gebruiken. Zo werd het florale element geïntroduceerd. De echte naaldkant was geboren.