Kunstsmid

Beheerser van de hitte van het vuur en van de eigenschappen van het ijzer, waarvan de plooibaarheid en hardheid onmiddellijk samenhangend met de temperatuur.

Hij hamert en hij vormt, hij beitelt en hij klinkt, hij welt en torst het zilvergrijze oeroude metaal tot kandelaar en deurbeslag, tot ankers en tot poorten.